vandaag149
gisteren195
deze week589
deze maand4970

Momenteel zijn 15 gasten en geen leden online

Deze site wordt u aangeboden door

Logo KH

Waterkeringen

De functie van een waterkering is simpel:
water keren en de veiligheid van een gebied garanderen.
Er zijn primaire waterkeringen, secundaire waterkeringen en boezemkaden met daarin opgenomen kunstwerken zoals bijvoorbeeld sluizen en gemalen. Door waterkeringen beschermde gebieden zijn 'binnendijkse gebieden' de onbeschermde gebieden zijn 'buitendijks'.
alt

Primaire waterkeringen
Primaire waterkeringen beschermen het omsloten gebied tegen "buitenwater" zoals de zee, meren en rivieren.
Langs de grote rivieren, de Waddenkust, de Zeeuwse wateren en het IJsselmeer bestaan de primaire waterkeringen voornamelijk uit dijken.
Aan de Noordzeekust wordt het water grotendeels gekeerd door duinen, grote dammen en bijzondere constructies, zoals de stormvloedkeringen in de Oosterschelde en de Nieuwe Waterweg.
Ook sluizen en inlaatwerken vervullen een primaire waterkerende functie.
Op een beperkt aantal plaatsen wordt de functie van primaire waterkering vervuld door hooggelegen gronden.

Dijkring
Het gebied dat wordt beschermd door een stelsel van primaire waterkeringen, wordt een dijkringgebied genoemd. Ook de dijken die deze ringen verbinden, de verbindende dijken zijn primair.
Voor het beheer is het gedeelte van Nederland dat lager dan NAP + 2 m ligt, ingedeeld in 56 dijkringen.

Secundaire waterkeringen
Secundaire waterkeringen liggen binnen een dijkring en zorgen voor een compartimentering van de dijkring en kunnen zo zorgen voor beperking van schade als gevolg van overstromingen in het geval een primaire kering of boezemkade faalt. Secundaire keringen keren onder normale omstandigheden geen water. Secundaire waterkeringen scheiden peilgebieden.
Dijken, die nu dienst doen als secundaire waterkering, zijn in het verleden meestal aangelegd als primaire waterkering. Door het samengaan van verschillende polders functioneren deze dijken niet meer als primaire waterkeringen, maar splitsen ze de huidige polder in verschillende deelgebieden.

Boezemkaden
Boezemkaden liggen eveneens binnen een dijkring en beschermen poldergebieden tegen boezemwater rond de polders.
Een boezem is een aaneengesloten stelsel van hoger gelegen watergangen waar de gemalen het polderwater van lager gelegen polders op uitmalen. Via de boezem stroomt het water naar de zee of naar een volgend boezemsysteem.

Buitendijkse gebieden
Gebieden die geen deel uitmaken van een dijkring en dus niet beschermd worden tegen hoogwater worden 'buitendijkse gebieden' genoemd. Buitendijkse gebieden liggen aan de waterzijde van de primaire waterkering.
Omdat deze gebieden geen deel uitmaken van een tegen hoogwater beschermd dijkringgebied gelden er op dit moment nog geen wettelijke veiligheidsnormen.

Verantwoordelijkheden
De primaire waterkeringen zijn voornamelijk in beheer bij waterschappen en regionale directies van Rijkswaterstaat. Enkele gedeelten zijn in beheer bij gemeenten en anderen. De provincies houden toezicht op de primaire waterkeringen en rapporteren hierover aan de minister van Verkeer en Waterstaat. Gemeenten zijn ervoor verantwoordelijk dat de begrenzing van de waterkering goed wordt opgenomen in bestemmingsplannen.

Er zijn drie beheersinstrumenten om ervoor te zorgen dat de waterkeringen aan de veiligheidseisen blijven voldoen:

  • de keur op de waterkeringen, waarin de bevoegdheden worden vastgelegd om gebods- en verbodsbepalingen in te stellen;
  • de legger, waarin de benodigde afmetingen van de waterkeringen worden vastgelegd. De legger maakt deel uit van de keur en wordt officieel vastgesteld;
  • het technisch beheersregister, waarin de actuele afmetingen van de waterkeringen worden vastgelegd.
  • Vergelijking van de legger en het technisch beheersregister geeft aan of de waterkeringen nog aan de vereiste afmetingen voldoen.

In het "Voorschrift Toetsen op Veiligheid 2006" staat aangegeven hoe de kwaliteit van de waterkeringen moet worden beoordeeld en hoe dit moet worden gerapporteerd. Elke 5 jaar doet de minister verslag aan de 2e en 1e Kamer over de algemene waterstaatkundige toestand van de waterkeringen.