Gerelateerd

vandaag103
gisteren186
deze week103
deze maand3391

Momenteel zijn 39 gasten en geen leden online

Deze site wordt u aangeboden door

Logo KH

Rivierdijken

"Verzwaren of verzuipen"
Na de watersnoodramp van februari 1953 ontstond ook in het rivierengebied ongerustheid over de veiligheid van de rivierdijken. In de decennia daarna werden plannen ontwikkeld voor verzwaring en verhoging van 550 van de 650 kilometer dijk in het rivierengebied. Er werd een Coördinatie Commissie Dijkverzwaring ingesteld, die in de loop van de jaren 60 plannen maakte voor de dijkverzwaring. Veiligheid was daarbij de enige overweging. Er werd gerekend met een ruime norm voor de rivierafvoer (18.000 m3 bij Lobith, bijna de helft meer dan de hoogst ooit gemeten stand, in 1926) en strakke ontwerpnormen voor de dijken. Dat daarvoor een forse ingreep in het karakteristieke rivierenlandschap nodig was, waaronder de sloop van vele tientallen woningen en historische monumenten, nam men voor lief. Eén van de eerste projecten was de dijk bij Brakel, waarvoor 140 woningen en het historische oude gemeentehuis moesten worden gesloopt. Hiertegen stak een storm van protest op van milieugroepen maar ook van bewoners onder aanvoering van de huisarts Van Beek. Hoewel de sloopplannen uiteindelijk in 1976 grotendeels toch doorgang vonden, betekende de strijd om Brakel een keerpunt.

Uitgekiend ontwerpen
De door de regering ingestelde Commissie Becht adviseerde in 1977 zowel de afvoernormen als de ontwerpnormen nader te bezien. Uitgekiend ontwerpen moest het uitgangspunt worden, maatwerk waarbij rekening moest worden gehouden met de LNC-waarden (Landschappelijke, Natuur- en Culturele waarden). De voorstanders van dijkverzwaring, waaronder de waterschappen, zagen echter niets in deze nieuwe manier van ontwerpen en legden de aanbevelingen van de commissie, die waren aanvaard door Regering en Kamer, naast zich neer. Dat bleek onder andere uit de plannen voor dijkverzwaring bij Neerijnen die eind jaren 80 werden gepresenteerd en uit de plannen voor de Bomendijk bij Zutphen, waar vele honderden bomen zouden moeten sneuvelen. De tegenstanders van rücksichtlose dijkverzwaring reageerden onder andere met de publicatie "Atilla op de bulldozer". Deze publicatie sloeg in als een bom. Ook kwam er steeds meer informatie beschikbaar en verschenen er publicaties over alternatieven voor dijkverzwaring.

Commissie Boertien
In 1992 stelde de regering de Commissie Boertien in. In 1993 kwam deze commissie met een advies waarin het rekening houden met LNC-waarden bij het dijkontwerp centraal stond. Ook gaf de commissie aanbevelingen voor de procedure met onder andere een milieu-effectrapportage. Inmiddels was de houding bij de Bouwdienst van Rijkswaterstaat, bij de Provincie Gelderland en enkele waterschappen aan het veranderen. De Bomendijk en de dijk bij Neerijnen werden pilotprojecten voor de nieuwe manier van werken, waarbij ook bewoners en belangengroepen werden betrokken. Zo werd voor de Bomendijk een stalen damwand ontworpen, waardoor slechts 19 van de 1900 bomen hoefden te wijken. Na deze pilots werd deze aanpak gebruikt bij plannen voor andere rivierdijken.

Omslag na hoogwater
De hoogwaters van 1993 en 1995 zorgden voor een omslag. Het hoogwater van 1995 leidde tot de evacuatie van 250.000 mensen. Achteraf gezien was de massale evacuatie onnodig, maar de bestuurders durfden het risico niet te nemen. Na terugkeer was de stemming omgeslagen. Milieu-activisten en andere tegenstanders van dijkverzwaring werden bedreigd en hun ruiten werden ingegooid. De regering kwam nog in datzelfde voorjaar met het Deltaplan Grote Rivieren. Kern van dat plan was het snel uitvoeren van dijkverbetering, waarbij MER-, inspraak- en bezwaarprocedures drastisch werden ingekort of geschrapt. Toch werd, mede op basis van de eerdere pilots en plannen, meer rekening gehouden met de LNC-waarden dan de tegenstanders aanvankelijk vreesden. In 1997 was de eerste fase van het Deltaplan gereed, in 2007 werd het project afgesloten.

Ruimte voor de Rivier

In de tweede helft van de jaren 90 werd duidelijk dat de klimaatverandering gevolgen zou hebben voor de rivierafvoeren. Deze zouden hoger kunnen worden dan eerder voorzien. Het steeds blijven verhogen van de dijken zou op de lange termijn geen oplossing bieden. Er moest ruimte in de breedte gezocht worden, in de uiterwaarden, in het zomerbed, door retentiegebieden en plaatselijk door dijkteruglegging. Gecombineerd met nieuwe ideeën voor natuurontwikkeling in het rivierengebied leidde dit in 2000 tot het project Ruimte voor de Rivier. Na een ontwerpfase besloten het kabinet en Kamer in 2005 tot uitvoering van het programma. Ruimte voor de Rivier bestaat uit 40 projecten, met onder andere dijkteruglegging, het aanleggen van nevengeulen, verlagen van uiterwaarden en kribverlaging. In en aantal gevallen is ook verdere dijkverbetering onderdeel van het project. In 2015 moeten de projecten gereed zijn.
Op langere termijn zijn waarschijnlijk meer maatregelen nodig. Zie www.ruimtevoorderivier.nl