monniken

De verre voorouders van de huidige waterstaatstechnici zijn de monniken. In de vroege middeleeuwen speelden monniken een hoofdrol bij bedijkingen, landaanwinning en ontginningen. Kloosters en abdijen zorgden niet alleen voor financiering en organisatie van dijkaanleg, op veel plaatsen staken de monniken daadwerkelijk de spade in de grond.
In het zuidwesten van het land waren monniken actief uit Vlaamse abdijen, zoals Ter Duinen en Ter Doest bij Brugge. De oudst bekende dijkgraaf van Walcheren was een abt. In Holland waren de Spaarndammerdijk tussen Amsterdam en Haarlem en Schielands Hoge Zeedijk tussen Schoonhoven en Hoek van Holland het werk van monniken uit de abdijen in Egmond en Rijnsburg.

schieremonnik

In het noorden van het land waren twee monniksorden actief bij dijkaanleg: de "Witheren" of Premonstratenzer Orde en de "Schiere monniken" van de Cisterciënzer orde. Een belangrijk centrum van dijkaanleg was het in 1240 gestichte klooster Betlehem te Gerkesklooster. Aan de Schiere monniken dankt het eiland Schiermonnikoog zijn naam.

Het leven van veel monniken was hard, vooral bij de Schiere monniken van de Cisterziënzer orde. Deze monniken verstonden hun leven als een offerleven, een delen in het lijden van Christus. Door de zeer strenge ascese: veel vasten, harde lichamelijke arbeid, kou lijden en door het houden van lange nachtwaken, stierven de meeste monniken en nonnen jong ‘als witte martelaren’.

 

 

 

Standbeeld van de "Schiere monnik" op Schiermonnikoog