Kun

1801 - 1864
Leopold Johannes Antonius van der KunVan der Kun was een zeer veelzijdig ingenieur die na zijn opleiding bij de artillerie- en genieschool in Delft vele functies bij de Waterstaat bekleedde. Zijn carrière begon bij de werken aan het Noord-Hollands Kanaal, als "cadet-élève". Daarna werkte hij in Utrecht en aan de havens van Oostende en Nieuwpoort. Na de Belgische afscheiding in 1830 keerde hij terug naar Nederland.
In 1832 raakte Van der Kun betrokken bij plannen voor aanleg van spoorwegen. In 1842 kreeg Van der Kun de leiding bij de aanleg van de Rhijnspoorweg van Amsterdam via Utrecht naar Duitsland.
In 1849 werd hij inspecteur voor de Waterstaat, een voor die tijd ongebruikelijk snelle promotie. De eerste grote opdracht was het opstellen van een definitief rapport over de verbetering van de grote rivieren. Dat verscheen in januari 1850 en het jaar daarop gaf het parlement toestemming om met de uitvoering te beginnen.

In 1856 werd Van der Kun benoemd tot hoofdinspecteur van de Waterstaat, de hoogste functie op waterstaatgebied. Het was een omstreden benoeming, niet wegens Van der Kuns geschiktheid voor de functie, maar omdat men vreesde dat zijn benoeming zou leiden tot de oprichting van een apart ministerie voor de waterstaat (waterstaat viel in die tijd onder Binnenlandse Zaken). In zijn nieuwe functie was Van der Kun nauw betrokken bij de toen politiek zeer beladen spoorwegkwestie: de vraag welke rol de staat moest spelen bij aanleg en exploitatie van spoorwegen. Mede door zijn eerdere spoorwegervaring was Van der Kun voorstander van staatsaanleg. Na het besluit tot aanleg van Staatsspoorwegen werd Van der Kun lid van de commissie die was belast met aanleg en toezicht op de staatsspoorwegen.
Hoewel Van der Kun zich met veel onderwerpen heeft beziggehouden, heeft hij slechts weinig gepubliceerd. Zijn belangrijkste publicaties gaan over de grote rivieren.

Van der Kun is actief betrokken geweest bij de grote infrastructurele werken die de Nederlandse samenleving veranderden: de kanalen van Willem I, de spoorwegen, de telegraaf en de rivierverbetering. Hij was een voorvechter van een meer wetenschappelijke aanpak, zo werkte hij mee aan de oprichting van het KIVI, het Koninklijk Instituut van Ingenieurs. Ook werkte hij aan een reorganisatie van het waterstaatscorps, waarbij traditionele structuren werden vervangen.