Veen

1893-1959

Johan van VeenJohan van Veen wordt de geestelijk vader van de Deltawerken genoemd, het grootste waterbouwkundige project van Rijkswaterstaat ooit. In 1932 krijgt Van Veen de leiding van de toen nieuwe Studiedienst Benedenrivieren van Rijkswaterstaat. De dienst berekent de gevolgen van inpolderingen en ook van stormvloeden, voor het eerst met statistische methoden. In 1939 waarschuwt hij in zijn “Te verwachten stormvloedstanden op de benedenrivieren” dat de dijken in Zuidwest-Nederland te laag waren en dat bij stormvloed een ramp dreigde. Een boodschap die hij blijft herhalen, ook al zijn zijn superieuren er niet blij mee. Van Veen werkt ondertussen ook aan plannen voor afluiting van zee-armen, zoals het "Vijfeilandenplan" uit 1942. Twee dagen voor de watersnoodramp van 1953 werd een onder zijn leiding uitgevoerd onderzoek gepubliceerd (‘Afsluitingplannen der tussenwateren’) waarin een geleidelijk plan tot afsluiting van alle zeegaten werd voorgesteld.

Na de ramp wordt de Deltacommissie ingsteld, op 21 februari 1953, met Van Veen als secretaris. De eerste interim-adviezen van de Deltacommissie verschijnen al in mei 1953. Van Veen bestudeert systematisch alle verslagen en gegevens van alle gemeenten en alle dijkbeheerders, en slaat ook het oude boek van Vierlingh erop na.

Na 4 interim-adviezen volgt in 1955 de ontwerp-Deltawet, die uiteindelijk in mei 1958 kracht van wet krijgt. De Deltawerken zijn dan al 4 jaar begonnen: in datzelfde jaar 1958 komt de stormvloedkering in de Hollandse IJssel gereed.