vandaag4
gisteren159
deze week454
deze maand2861

Momenteel zijn 62 gasten en geen leden online

Deze site wordt u aangeboden door

Logo KH

Deltawerken

Deltacommissie
Direct na de februari-ramp van 1953 stelde de regering de Deltacommissie in. De hoofdopdracht van deze commissie luidde: onderzoek de mogelijkheid en de wenselijkheid van afsluiting van zeegaten in het zuidwesten van Nederland. Al in 1954 kwam de Deltacommissie met haar belangrijkste advies: afsluiten van alle zeegaten, met uitzondering van de Westerschelde en de Nieuwe Waterweg. Alle hoofdwaterkeringen moesten gaan voldoen aan de Deltanorm: een waterstand van 5 malteter boven NAP bij Hoek van Holland kunnen weerstaan. Naast waterkering was het tegengaan van verzilting een belangrijke reden om de zeegaten af te sluiten.
Mede om die laatste reden stelde de Deltacommissie voor om ook de Waddenzee af te sluiten, maar dit is nooit tot uitvoering gekomen. Het Deltaplan was deels gebaseerd op eerdere plannen die binnen Rijkswaterstaat waren ontwikkeld.

De Deltawerken
De uitvoering van het Deltaplan werd snel ter hand genomen. Achtereenvolgens werden gerealiseerd:
  • Stormvloedkering Hollandse IJssel (1958)
  • Zandkreekdam (1960)
  • Veerse Dam (1961)
  • Grevelingendam (1965)
  • Volkerakdam, inclusief de Haringvlietbrug (1970)
  • Haringvlietdam, doorlaatbare dam i.v.m. afvoer Rijn en Maas (1971)
  • Brouwersdam (1972)
  • Stormvloedkering Oosterschelde, doorlaatbare dam (1986)
  • Philipsdam (1987)
  • Oesterdam (1987)
  • Markizaatskade (1987)
  • Maeslantkering (1997)
Daarnaast zijn langs de Scheldes en in Zuid-Holland dijken verzwaard.
De meer landinwaarts gelegen dammen zoals de Zandkreekdam, Grevelingendam en Volkerakdam hadden vooral als doel de stroomsnelheden te verlagen en daardoor de bouw van de afsluitende dammen mogelijk te maken. Daarnaast was verbetering van de verkeerssituatie een belangrijk voordeel. Philipsdam en Oesterdam dienden bovendien een getijdenvrije scheepvaartverbinding Rotterdam-Antwerpen mogelijk te maken. De Zeelandbrug (1965) is geen onderdeel van de Deltawerken maar een initiatief van de Provincie Zeeland.

Oosterschelde als strijdtoneel
Oorspronkelijk was het de bedoeling om ook de Oosterschelde geheel af te sluiten. Lange tijd is dit geen punt van discussie, al wijzen enkelingen op de negatieve gevolgen voor milieu en natuur. Eind jaren '60 - begin jaren '70 neemt de tegenstand toe en er ontstaat een felle strijd tussen voorstanders van volledige afsluiting en vissers, later gesteund door milieugroepen en politici. Uiteindelijk leidde de tegenstand tot het plan voor een afsluitbare Oosterscheldedam. Dit vroeg om nieuwe technieken, een aantal jaren extra bouwtijd en uiteraard extra geld. In 1986 opende de Koningin de Oosterscheldedam, de Deltawerken werden officieel afgesloten. Zij sprak de historische woorden: "Hierbij verklaar ik Nederland veilig". Verschillende staatshoofden waren daarbij aanwezig:.

Na de Deltawerken
De Maeslantkering maakte geen deel uit van het oorspronkelijke Deltaplan, hoewel het wel wordt gezien als het "sluitstuk" van de Deltawerken. Halverwege de jaren '80 van de 20e eeuw bleek echter dat de geplande dijken langs de Nieuwe Waterweg niet hoog genoeg waren om het dichtbevolkte gebied daarachter te beschermen. Als de Maeslantkering niet was aangelegd waren omvangrijke dijkverzwaringen in het achterland nodig geweest, waarvoor onder andere veel oude huizen in Rotterdam en Dordrecht gesloopt hadden moeten worden. De Hartelkering in Europoort heeft een vergelijkbare functie.

Uitvoering van het Deltaplan vroeg een flink aantal technische hoogstandjes en innovatieve technieken, zoals het gebruik van caissons en kabelbanen om zeegaten af te sluiten, tot aan de speciale vaartuigen om de pijlers van de Oosterscheldedam op hun plaats te zetten. De innovaties beperkten zich niet tot de bouw, maar er ontstond ook steeds meer inzicht in zeestromingen, in de ecologie en in het beheer van het gebied.
Niet alle gevolgen van het Deltaplan werden indertijd voldoende voorzien, zoals de "zandhonger" van de Oosterschelde en de algenbloei in het Volkerak-Zoommeer. Hetzelfde geldt voor het verlies aan migratiemogelijkheden voor trekvissen zoals zalm en forel, die de stroomopwaarts gelegen paaigronden niet meer kunnen bereiken. In 1988 is Rijkswaterstaat daarom begonnen met het verkennen van mogelijkheden om met name de Haringvlietsluizen anders te beheren. In de toekomst blijven nieuwe ingrepen en beheermaatregelen in het Deltagebied nodig.