vandaag62
gisteren168
deze week1040
deze maand4822

Momenteel zijn 7 gasten en geen leden online

Deze site wordt u aangeboden door

Logo KH

De eerste bewoners

In ongeveer 800 voor Christus was het huidige Nederland een zeer dunbevolkt gebied. Vermoedelijk woonden er tussen de 100.000 en 150.000 mensen. De hele bevolking woonde op het platteland, de eerste stedelijke nederzettingen ontstonden in de romeinse tijd. Veel plaatsen waren ongeschikt voor bewoning: de veengebieden waren ontoegankelijk en van de oude duinen, het riviergebied en de zandgronden waren alleen de hoger gelegen delen bewoonbaar.

De eerste waterwerkenromeinse_wegennet
Na de verovering door de romeinen in de eerste decennia voor Christus werd het rivierengebied belangrijker. De Bataven vestigden zich in de Betuwe en de Rijn werd een belangrijke transportader. De romeinen stichtten militaire kampen en stedelijke nederzettingen langs de Rijn, en voerden de eerste grote waterwerken uit in het gebied, onder andere de Drususdam (om de waterverdeling tussen Rijn en Waal te beïnvloeden), de Drususgracht tussen Rijn en Waddenzee en de Corbulogracht tussen Leiden en de Maasmond. Nadat de verovering van Germanië mislukte werd de Rijn de grens van het romeinse rijk.

Zeespiegelstijging
In de romeinse tijd begon de zeespiegel weer te stijgen. Het meest westelijke romeinse fort, Brittenburg, ligt nu ten westen van de monding van de Oude Rijn bij Katwijk. In de gouden eeuw waren de fundamenten bij extreem laag water nog wel eens zichtbaar.
Na de val van het romeinse rijk trad een periode van stagnatie op. In 800 na Chr. was het bevolkingsaantal nog steeds ongeveer 150.000 mensen. De veengebieden in het westen en midden van Nederland waren grotendeels onbewoond, evenals de zandgebieden in het oosten. De meeste mensen woonden in het kustgebied (de Oude Duinen), op enkele oeverwallen en vooral op de kwelders in het noorden. Deze kenden een voor die tijd hoge bevolkingsdichtheid. Dat kwam door de vruchtbare kleigrond en door de terpen waarop men relatief veilig was voor hoogwater. De eerste generatie terpen dateert van 500 tot 200 voor Chr, tot na 800 weren nieuwe terpen opgeworpen.

Toch was er rond 800 na Chr. in Nederland nog nauwelijks sprake van invloed van de mens op landschap en waterhuishouding. De kust was een min of meer gesloten duinenrij, daarbinnen lag een groot gebied met onontgonnen veen. Het oosten en zuiden van het land bstond uit dekzanden en hoogveen, doorsneden door veenriviertjes en verder was er een aantal riviermondingen en zeearmen, vooral in het zuidwesten. Na 800 zou de situatie door natuurlijke oorzaken en ingrepen van de mens snel veranderen.