Vierlingh

1507-1579

Een van de eerste waterbouwkundigen die zijn werkzaamheden met bestuurlijke activiteiten combineerde was Andreas Vierlingh. Zo kon hij, net zoals Lely vele jaren later, met technisch kennis en bestuurlijke invloed ordening aanbrengen in het beheer van het binnendijkse land en daarmee de basis leggen voor een doelmatig beheer van het binnenwater.

Vierlingh's Traactaat van Dijckagie

Als rentmeester van Steenbergen, schepen van Breda en dijkgraaf ijverde Vierlingh voortdurend voor het belang van goede dijken in zijn af en toe zwaar door wateroverlast geteisterde Brabantse geboortestreek. Als dijkgraaf was hij betrokken bij een groot aantal inpolderingen. Hij adviseerde regelmatig bij dijkwerken, sluizenbouw en de aanleg van oeververdedigingen in Zeeland.

Kort voor zijn dood schreef hij het Tractaet van Dyckagie. Hierin gaf hij een technische verhandeling over het construeren van dijken in de zestiende eeuw. Maar ook kritiseerde hij de vele fouten die op waterstaatkundig gebied gemaakt werden. Vooral de dijkgraven moesten het hierbij ontgelden. Zo verweet hij de heer van Reimerswaal, Adriaan van Lodijcke, dat hij een dijkgat niet dichtte zodat een haven kon ontstaan. Zo kon de Sint Felixvloed van 1530 een groot deel van het Land van Reimerswaal voorgoed overstromen. Het manuscript werd in 1920 door dr. J. de Hullu uitgegeven onder de titel Tractaet van Dyckagie. Waterbouwkundige adviezen en ervaringen van Andries Vierlingh in de Rijks Geschiedkundige Publicatien (RGP).